| |
| De pinguïn is een vogel. Maar hij kan niet vliegen. Hij stamt wel af van de vliegende vogels. Hij is te herkennen aan zijn zwarte rug en witte buik. Sommige mensen vinden dat het net lijkt alsof hij een sjiek pak aanheeft. |
| |
|
| De pinguïnfamilie bestaat uit zeventien verschillende soorten. De verschillende soorten zijn te herkennen aan het bovenste stuk van hun lijf. Ze hebben een kuif of strepen op hun kop of borst. De geelkuifpinguïn heeft bijvoorbeeld twee gele pluimpjes aan zijn kop. De koningspinguïn heeft een lange snavel en aan de zijkant van zijn kop twee knalgele vlekken. |
| |
|
| |
| Alle pinguïns zijn aan de achterkant blauwgrijs of blauwzwart en aan de voorkant wit. Dit is heel handig wanneer ze in zee zwemmen. Van onderen zijn ze niet te zien, omdat de lucht ook licht is. Van boven zijn ze niet te zien, omdat de oceaanbodem ook donker is. Ook de vorm van hun lijf past goed bij een leven in water. |
|
| |
De pinguïn heeft een gestroomlijnd lichaam. Hierdoor kan hij snel zwemmen. Een pinguïn heeft vleugels, maar hij kan er niet mee vliegen. Zijn vleugels zijn meer een soort flippers. Hij gebruikt ze om mee te zwemmen. De pootjes van een pinguïn zijn erg kort. Tussen zijn tenen zitten zwemvliezen. Zijn pootjes zitten ver naar achteren. Hij gebruikt ze samen met zijn staart om mee te sturen tijdens het zwemmen. Het lijkt net of de pinguïn onder water vliegt. Tijdens het zwemmen komen ze om de ongeveer 35 meter even boven water. Ze springen dan net als een dolfijn. Dat wordt tuimelen genoemd. Tijdens zo'n sprong kunnen ze gemakkelijk adem halen en meteen weer verder zwemmen. De pinguïn kan wel lopen, maar niet zo gemakkelijk. Hij waggelt heel erg tijdens het lopen. Veel sneller gaat het wanneer hij over het ijs glijdt. Het is dan net alsof hij aan het sleetje rijden is. De pinguïn is bedekt met een flinke laag veren. Dit verendek is waterdicht, zodat hij het niet koud krijgt. Als hij het te warm krijgt, spreidt hij zijn vleugels. De warmte verlaat zijn lichaam dan langs de binnenkant van zijn vleugels. Soms gaat hij zelfs hijgen, zoals een hond. Als hij het juist te koud heeft, wappert hij met zijn vleugels. Hier krijgt hij het warm van. De pinguïn heeft geen zichtbare oren. Zijn oren zijn alleen kleine gaatjes. Hij kan hier wel goed mee horen. De pinguïn kan ook goed zien, zowel boven als onder water. Dat is nodig voor het vangen van zijn eten. De meeste soorten hebben een korte, dikke snavel. Alle pinguïns kunnen flink hard bijten. Pinguïns maken ook geluid. Ze slaken schelle kreetjes, die klinken als luid geschetter.
Pinguïns hebben verschillende formaten. De keizerspinguïn is de grootste. Hij is 80 tot 100 centimeter groot. Hij weegt 15 tot 40 kilo. De dwergpinguïn is de kleinste. Hij is maximaal 30 centimeter groot. Hij weegt tussen de één en anderhalve kilo. |
| |
|
| De meeste mensen denken dat pinguïns alleen in koude gebieden leven. Dat is niet helemaal waar. De meeste pinguïns leven in de buurt van de Zuidpool (Antarctica). Maar sommige pinguïns leven in warmere gebieden. Zoals Australië, Zuid-Afrika en Zuid-Amerika. Of bijvoorbeeld de Galapagoseilanden. De gebieden waar pinguïns leven bestaan uit zeewater, rotsen, eilanden en kusten. In de koude gebieden ligt ook ijs. |
| |
|
| Pinguïns halen hun eten uit de zee. Wat ze precies eten hangt af van de soort. Dit kunnen schaaldieren, vissen en inktvissen zijn. Deze worden achtervolgd, gevangen en opgegeten. Pinguïns hebben geen tanden. Ze slikken hun eten in een keer door. De meeste dieren, en ook mensen, kunnen geen zout water drinken. Pinguïns hebben vaak niks anders. Daarom hebben zij een speciale klier bij hun snavel. Deze filtert het zout uit het water. Zo kunnen pinguïns wel zout water drinken. |
| |
|
 |
De meeste soorten pinguïns leven in grote groepen. Dit worden kolonies genoemd. Vooral tijdens het broeden komen de pinguïns bij elkaar. Soms zijn deze kolonies erg groot. Op eilanden bij de zuidkust van Zuid-Amerika leeft een grote kolonie Macaronipinguïns. Deze bestaat uit wel tien miljoen dieren. Hoewel de pinguïn een vogel is, kan hij niet vliegen. Hij kan wel erg goed zwemmen en duiken. Sommige soorten pinguïns kunnen korte stukjes wel zestig kilometer per uur zwemmen. Wanneer hij aan land komt, poetst hij meteen zijn veren met zijn snavel. |
| Hij smeert ze in met vet uit een klier bij zijn staart. Hierdoor is zijn verenkleed waterdicht en kan hij heel soepel zwemmen. Bovendien blijft hij in het koude water lekker warm. Pinguïns zijn één keer per jaar in de rui. Dat betekent dat zijn oude veren worden vervangen door nieuwe. Dat duurt een tijdje. Ze kunnen dan niet zwemmen, omdat hun verendek niet waterdicht is. Ze zouden bevriezen of verdrinken. De pinguïns kunnen daarom tijdens de rui niet jagen. Ze gebruiken dan hun vetlaag op. Ze gaan als het ware op dieet. Gemiddeld worden pinguïns tien tot vijftien jaar oud. In de dierentuin kunnen ze veel ouder worden. Daar worden ze soms wel dertig jaar. De keizerspinguïn kan ouder worden dan de andere pinguïns. Hij wordt in de vrije natuur twintig tot dertig jaar oud. |
| |
|
|
| Wanneer ze volwassen zijn, vormen de mannetjes en vrouwtjes paartjes. Vaak blijven ze de rest van hun leven bij elkaar. Ze versieren elkaar door met gespreide vleugels om elkaar heen te lopen. Hierbij houden ze hun snavel tegen hun borst gedrukt. Wanneer ze elkaar leuk vinden, gaan ze met hun kop trillen. Ook hierna doen ze allerlei dingen om hun band te versterken. |
Zo helpen ze elkaar met het poetsen van hun veren. Of ze maken samen hetzelfde geluid.
De meeste pinguïns gaan ieder jaar terug naar dezelfde plek om eieren te leggen. Soms zwemmen ze daar wel duizenden kilometers voor. Verschillende pinguïnsoorten maken verschillende soorten nesten. Sommigen maken een soort schalen van kiezels en planten. Anderen maken kuilen in de grond. Soms is het nest niet meer dan de plooi in hun huid tussen hun pootjes. Het ei ligt dan op de pootjes van de pinguïn. Het wordt warm gehouden als een theepot onder een theemuts. De meeste soorten pinguïns leggen twee eieren per keer. Alleen de keizerspinguïn en de koningspinguïn leggen er maar één. De eieren zijn wit of wit-groen van kleur. Het mannetje en vrouwtje broeden de eieren samen uit. Ze wisselen om de zoveel tijd. Het hangt af van de soort hoelang het broeden duurt. Bij sommige soorten duurt het 33 dagen. Bij andere soorten komen de eieren pas na 62 dagen uit. De kuikens doen er de hele dag over om uit hun ei te kruipen. De ouders helpen soms een beetje mee. De eerste dagen kunnen de kuikens zich nog niet zo goed warm houden. Daarom houden de ouders hen warm. Ze worden gevoerd door hun ouders. Deze brengen halfverteerde visjes over met hun bek. In het begin eten de jongen enorm veel. De jongen hebben grijs of bruin dons. Ze groeien heel snel. Na een paar weken verzamelen ze zich in grote groepen. Na twee maanden verliezen ze hun dons en krijgen ze hun eerste echte verenkleed. Dit heet het 'jeugdkleed'. Dit is nog niet hun uiteindelijke verenkleed. De stippen en strepen die volwassen pinguïns hebben zijn hierop nog niet te zien. Na de rui gaan ze uit zichzelf voor het eerst naar zee. Pinguïns worden volwassen tussen hun derde en zevende jaar. Er worden maar weinig kuikens volwassen. Dit komt omdat ze erg veel vijanden hebben. |
| |
|
| Pinguïns hebben veel vijanden. Sommige dieren eten de eieren en jongen van pinguïns. Bijvoorbeeld vossen, meeuwen, roofvogels en kraaien. Tijdens het zwemmen kunnen ze opgegeten worden door orka's, zeeluipaarden, robben en haaien. Ook de mens is een bedreiging. Hij vervuilt de zee met olie en ander afval. Verder vist hij de vissen weg die de pinguïns eten. Sommige mensen eten zelfs de eieren of de pinguïn zelf. |
| |
|
| • |
... er miljoenen jaren geleden hele andere pinguïns op aarde leefden? 11 tot 15 miljoen jaar geleden leefde er bijvoorbeeld een pinguïn van 1,5 meter hoog en 110 kilo zwaar. Die is nu uitgestorven. |
| • |
... de zwaarste watervogel een pinguïn is? Dit is de keizerspinguïn. Hij is 80 tot 100 centimeter groot. Hij weegt 15 tot 40 kilo. |
| • |
... de keizerspinguïn het diepste kan duiken van alle vogels? Hij kan bijna 500 meter diep duiken. |
| • |
... de keizerspinguïn de enige vogel is die soms zijn hele leven niet aan land komt? Hij leeft zijn hele leven in zee en op ijs. |
|
| |
|
| |
|
| |
| In Dierenpark Emmen woont een kolonie van bijna 150 Humboldt-pinguïns. De Humboldt-pinguïn is genoemd naar een Duitse ontdekkingsreiziger. Deze heette Alexander von Humboldt. |
| |
|
| Humboldt-pinguïn |
Spheniscus humboldti |
| Vogel |
Pinguïn |
| Leefgebied |
Kust Peru en Chili (Zuid-Amerika). Nog 32 tot 35 duizend in het wild. |
| Leefwijze |
Ze leven in grote groepen (kolonies). |
| Voedsel |
Kleine visjes. |
| Maten en gewicht |
50 tot 60 centimeter groot, 4 tot 6 kilo zwaar. |
| Leeftijd |
Volwassen tussen de 2 en 7 jaar, maximaal 15 tot 30 jaar. |
| Voortplanting |
Broedduur 41 dagen, 2 eieren per keer. |
|
| |
|
 |
| De Humboldt-pinguïn wordt vijftig tot zestig centimeter groot. Hij weegt tussen de vier en zes kilo. Humboldt-pinguïns hebben op hun buik een aantal zwarte stippen. Dit is bij elke Humboldt-pinguïn verschillend. Hieraan zijn ze dan ook te herkennen. De stippen blijven hun hele leven hetzelfde. De Humboldt-pinguïn heeft rond zijn ogen en snavel een roze stukje huid. Als hij het te warm heeft, kan bij dit stukje huid de warmte ontsnappen. Door dit stukje huid kan ook het zout wegkomen dat de pinguïn uit het zeewater heeft gefilterd Het is een goede zwemmer. Hij kan vijftien minuten onder water blijven zonder te ademen. Hij kan maximaal twaalf kilometer per uur zwemmen. |
| |
|
| De Humboldt-pinguïn is een pinguïn die niet op de Zuidpool leeft. Hij leeft aan de kust van Chili en Peru (Zuid-Amerika). Op dit moment zijn er nog 32.000 tot 35.000 van in het wild. |
| |
|
| De Humboldt-pinguïn eet kleine visjes. Zo eet hij bijvoorbeeld ansjovis en sardines. |
| |
|
| De Humboldt-pinguïn leeft net als andere pinguïns in kolonies. Hij wordt meestal ongeveer vijftien jaar. Maar in de dierentuin kan hij wel dertig worden. |
| |
|
|
| Humboldt-pinguïns vormen paartjes voor het leven. Het mannetje en het vrouwtje versterken hun band door samen hetzelfde geluid te maken. Dit geluid klinkt als het gebalk van een ezel. Zo leren ze elkaars roep te herkennen. Humboldt-pinguïns leggen twee keer per jaar twee eieren. Dit gebeurt in de lente en in de herfst. Wanneer het in de lente niet goed gaat, proberen ze het soms nog een keer. Ze leggen dus soms drie keer per jaar eieren. De eieren zijn wit. Ze zijn ongeveer vijfenhalve bij zevenenhalve centimeter groot. |
| De Humboldt-pinguïn maakt een nesthol van opgedroogde vogelpoep. Dit heet guano. Soms is hier niet genoeg van. Bijvoorbeeld omdat mensen het hebben weggehaald. Dan broeden ze ook wel in rotsspleten. Ze bekleden hun nest met zachte dingen, zoals takjes en twijgjes. De eieren worden in 41 dagen uitgebroed. |
| |
|
De Humboldt-pinguïn heeft net als andere pinguïns veel vijanden. Andere dieren eten de eieren, kuikens en zieke pinguïns. Het gevaar kan komen uit de lucht, de zee en van het land. De reuzenstormvogel en de roofmeeuw vallen aan vanuit de lucht. Op het land zijn ratten, vossen, katten en honden gevaarlijk. In de zee kunnen ze worden opgegeten door zeeluipaarden, pelsrobben, orka's en haaien. Het meeste hebben ze te vrezen van de mens. Olievervuiling maakt zijn verendek kapot.
Ook haalt de mens de guano voor de nesten weg. Deze gebruikt de mens zelf als mest. Maar daardoor worden de nesten wel kapot gemaakt. De eieren en pinguïns worden soms zelfs door mensen opgegeten. Ook vissen mensen naar het eten van de Humboldt-pinguïn. Hierdoor blijft er te weinig voor hem over. |
| |
|
| In Dierenpark Emmen woont een kolonie van meer dan 150 Humboldt-pinguïns. Zij hebben een groot verblijf op het nieuwe stuk van de dierentuin (de Es). In het verblijf zijn veel rotsen en plekjes waar ze nesten kunnen bouwen. Er is zowel diep als ondiep water. Het is er zo groot dat de pinguïns kunnen gaan en staan waar ze willen. In Dierenpark Emmen krijgen ze vooral ansjovis en sardine te eten. Deze krijgen ze op een heel speciale manier. De dode vissen worden met een buis het water in geschoten. De pinguïns kunnen de vis dan echt vangen. Net als in de vrije natuur. Dit gebeurt drie keer per dag. Ze krijgen ook wel eens andere vis. In het broedseizoen krijgen ze ook spulletjes om hun nest mee te bouwen. De verzorgers leggen dan takjes tussen de rotsen. De pinguïns kunnen dit pakken en gebruiken voor hun nest. |
| |
|
 |
| |
|
| • |
... Humboldt-pinguïns heel fel kunnen zijn? Ze deelden eerst hun verblijf met de Coscorobazwanen. Deze vogels werden erg gepest door de Humboldt-pinguïns. Daarom zijn ze verplaatst naar een ander verblijf. |
|
| |
|
Guano: opgedroogde poep van zeevogels, zoals pinguïns en aalscholvers.
Kolonie: grote groep van dieren die bij elkaar wonen of nestelen
Rui: het verliezen van oude haren of veren en nieuwe krijgen.
Schaaldier: dier dat in een schaal leeft, zoals mosselen, oesters, kreeften en krabben. |
| |
|