 |
 |
| De meeste vlinders leven maar twee tot drie weken. Dat geldt ook voor de vlinders in de tropische vlindertuin in Emmen. De recordhouder is een passiebloemvlinder die bijna zeven maanden heeft rondgevlogen. De grootste vlinders worden trouwens niet het oudst. De enorme Atlasvlinder haalt maar een dag of vijf. |
| |
|
|
 |
 |
| De antennes op de kop van een vlinder dienen niet alleen als voelsprieten. De vlinder kan er vooral heel goed mee ruiken. De mannetjes van nachtpauwogen ruiken een vrouwtje van hun soort op vele kilometers afstand. |
| |
|
|
 |
 |
| Proeven doen vlinders met hun poten. Een vlindervrouwtje kan met haar voorpoten proeven of het blad waar ze op zit, geschikt is om eieren op te leggen. |
| |
|
|
 |
 |
| Veel dagvlinders zijn heel kieskeurig bij de keuze van een plant om eieren op te leggen. Dat doen ze voor de kinderen, de rupsjes. Die lusten alleen maar blad van één soort plant. De rups van de monarchvlinder eet alleen maar zijdeplant. De meeste nachtvlinders zijn lang niet zo kieskeurig. Als het bijvoorbeeld maar blad van een loofboom is. Eik, beuk, linde of iep, noem maar op. |